Thales verzorgt zes bijzondere radarsystemen voor Defensie, die niet alleen (vijandelijke) vliegtuigen op grote afstand kunnen volgen, maar ook ballistische raketten. TW kreeg in Hengelo op de werkvloer een zeldzaam inkijkje in het ontwerp van dit complex defensiesysteem van Nederlandse bodem.

Thales en de Defensie Materieel Organisatie (DMO) ondertekenden eind vorige maand twee contracten die beide het goed functioneren van zes SMART-L (Signaal Multibeam Acquisition Radar for Targeting, L-band) radarsystemen moeten garanderen. Thales moet daartoe tot 2030 training van bedienend personeel verzorgen, onderhoud en een afdoende voorraad reserveonderdelen garanderen.

Het gaat om vier waarschuwingsradars voor het detecteren en volgen van luchtdoelen op de vier fregatten van de Zeven Provinciën-klasse en om twee nieuw bestelde, vergelijkbare systemen op het land, bij Nieuw-Milligen op de Veluwe en Wier in Friesland. Die laatste zijn bedoeld voor luchtverkeersleiding en voor het opsporen van potentieel vijandelijke toestellen, zoals Russische bommenwerpers die door het Nederlandse ‘verantwoordelijkheidsgebied’ boven de Noordzee koersen. Volgens Thales ‘worden we hiermee zo goed als onderdeel van militaire operaties.’

Wat die radars met een zogeheten Early Warning Capability (EWC) zo bijzonder maakt is dat deze ook geschikt zijn voor het opsporen van ballistische raketten, volgens Thales’ opgave op 2.000 km afstand, een technisch hoogstandje dat grotendeels schuilgaat achter militaire geheimhouding.

Het ministerie van Defensie wil zowel de maritieme als de grondgebonden radars kunnen inpluggen in het zogenoemde Active Layered Theatre Ballistic Missile Defence (ALTBMD) programma, dat de alliantie in 2005 in het leven riep om NAVO-grondgebied en troepen op internationale missies te verdedigen tegen ballistische raketten zoals Scuds of opgevoerde varianten daarvan.

Het ministerie bestelde de opwaardering van de vier marine-SMART-L’s in 2012, de order voor twee grondgebonden radarsystemen volgde eind vorig jaar. Volgens Luchtmacht-overste Rob van Andel, binnen DMO verantwoordelijk voor de grondgebonden radars, zijn de verschillen tussen de twee versies gering, ‘wat te maken heeft met de striktere eisen voor interoperabiliteit waar de Koninklijke Luchtmacht om heeft gevraagd.’

In de gecontroleerde chaos van de grote werkplaats waar de nieuwe SMART-L’s vorm krijgen, ruikt het naar een gemiddelde auto­garage: hydrauliek en smeermiddelen. Op foto’s van de fregatten zien de SMART-L’s er bescheiden uit, maar dat perspectief verandert als je er met je neus bovenop staat. De roterende antenne met meer dan duizend zend-ontvangst-modules van de Active Electronically Scanned Array (AESA) die elektronische bundelsturing mogelijk maakt, neemt meer dan 20 m2 in beslag.

 

Substantiële verschillen

Het verschil tussen de oude en de nieuwe SMART-L is substantieel. De ‘technology-demonstrator’ waarmee het fregat Zr – toen nog Hr – Ms Tromp bij Hawaii was uitgerust om een doelraket over grote afstand te volgen, bevatte vooral experimentele software. De EWC-versie is, vanzelfsprekend, ook voorzien van nieuwe software, echter compacter: veel van de elektronica van het radarsysteem die eerder nog onderdeks was geplaatst, kan nu allemaal in de roterende antenne zelf worden ondergebracht.

De zend- en ontvangst-eenheden met achter­liggende elektronica en software zijn eveneens ingrijpend veranderd: de digitale filtering van de signalen gebeurt in de modernere versie al veel eerder dan bij de oorspronkelijke versie. Dit vermindert de omvang van de datastroom dusdanig dat een snellere berekening en dus beeldopbouw mogelijk is.

 

Over je schouder kijken

Een andere modificatie behelst de eigenschappen van de zogenaamde bearing drive, die de radar laat roteren: de nieuwe is in staat om in twee richtingen te draaien. Systeemingenieur Sander Huinink-Barske: ‘Dit heeft direct van doen met de EWC-fuctie. De radar kan daardoor inzoomen op een sector van de hemel waar je de kans het grootste acht dat een raketkop aan de horizon verschijnt.’ Dit gebeurt het meest efficiënt als de radar naar dat exacte doelgebied ‘staart’, zijn energie daarop concentreert. Dat precieze richten kan nauwkeuriger wanneer de antenne naar twee kanten kan roteren.

Dit inzoomen, verzekert Thales, verhindert de andere taak van de SMART-L – het volgen van luchtdoelen op honderden kilometers afstand, 360 graden rondom – allerminst. Het is niet een kwestie van óf ballistic missel defence óf zogeheten volume search naar vliegtuigen, zegt kapitein-ter-zee Ulrich Berrevoets die bij de Koninklijke Marine de verantwoordelijkheid heeft over de modernisering van de SMART-L. ‘De radar kan beide functies aan door beurtelings naar een bepaalde sector van het luchtruim te kijken om ballistische raketten te detecteren en vervolgens door te roteren voor de opbouw van het luchtbeeld. Via tussenstapjes kunnen we beide functies afwisselen naar gelang de dreigingssituatie dat vereist. Het is zoiets als iets vaker over je schouder kijken als je onraad vermoedt.’

Bovendien, zegt Berrevoets, ‘de schepen die zijn uitgerust met de SMART-L opereren zelden op hun eentje, dus kunnen ze voor de opbouw van het luchtbeeld gebruik maken van andere sensoren op andere schepen of radarvliegtuigen zoals de Amerikaanse Grumman E2-D Hawkeye van vliegdekschepen.’

De aanwezigheid van twee grondgebonden SMART-L’s vergemakkelijkt de combinatie van luchtverkeersleiding, controle van het luchtruim en de taak bij de raketverdediging van de NAVO.

 

Elektronische vingerafdruk

In Hengelo worden niet alleen radarsystemen ontwikkeld en in elkaar gezet, maar ook deels getest. Plots komt een NH-90 marine-helikopter langs gedaverd zodat snel roterende radar­systemen op hoge testplatforms op het Thales-terrein daar de elektronische vingerafdruk van kunnen nemen - of andersom.

In tegenstelling tot de versie die werd getest in de Stille Oceaan in 2006 kunnen de zes toekomstige SMART-L’s wel via datalinks worden gekoppeld aan sensoren en onderscheppingsraketten van het NAVO-raketschild, het ALTBMD. Berrevoets: ‘Data kunnen met bondgenoten worden gedeeld via Link 16, en gebruikt door bijvoorbeeld Lockheed Martin Patriot PAC-3 raketbatterijen.’ Met dat laatste type onderscheppingsraket is ook de Nederlandse krijgsmacht uitgerust.

De mogelijkheid om ballistische raketten te volgen, kan ook ter ondersteuning dienen van het European Phased Adaptive Approach (EPAA) programma, dat de oorspronkelijk maritieme Raytheon Standard Missile-3 (SM-3) raketten op het land moet installeren in Polen en Roemenië. Sommige Europese NAVO-partners overwegen om deze raketten aan boord van marineschepen onder te brengen, precies zoals de Verenigde Staten en Japan al eerder deden.

Huisink-Barske noemt daarnaast de capaciteit om ruimtepuin te volgen, bijvoorbeeld of dit een risico vormt voor het International Space Station (ISS). De bemanning van het ruimtestation heeft al meer dan eens moeten ‘schuilen’ voor aanstormende brokstukken en het ISS heeft zelfs zijn baan moeten wijzigen.

 

Twee contracten

De twee contracten die nu zijn gesloten, ten behoeve van het langdurig goed functioneren van de grondgebonden en de maritieme SMART-L’s, hebben verschillende namen gekregen: Service Level Agreement (SLA) voor de eerste en Performance Based Logistics (PBL) voor de tweede. Thales is in beide gevallen verantwoordelijk voor zaken als de training van het personeel, het onderhoud en de beschikbaarheid van de juiste reserveonder­delen.

‘Dat verschil tussen de twee overeenkomsten zit hem vooral in de omstandigheid dat de bemanning van een schip tijdens maritieme operaties de verantwoordelijkheid krijgt over het onderhoud en de marineautoriteiten in de thuishaven. Bij de grondgebonden radars gelden andere logistieke overwegingen’, legt Berrevoets uit. Het is immers eenvoudiger om Thales-personeel snel in Nieuw-Milligen of Wier ter plaatse te hebben dan, noem eens iets, in de Indische Oceaan op 400 km buiten de Somalische kust.

Thales schat het marktpotentieel van deze radars die een rol kunnen vervullen bij de verdediging tegen ballistische raketten hoog in. Al was het maar omdat Duitse Sachsen-klasse en Deense Iver Huitfeldt-klasse fregatten met de oude SMART-L’s zijn uitgerust en er in die landen belangstelling bestaat om ook bij te dragen aan het ALTBMD van de NAVO. In Denemarken leidde dit nog in maart tot een politieke rel toen de Russische ambassadeur in het land meldde dat Deense schepen nucleair doelwit zouden worden indien deze met EWC-radars zouden worden uitgerust.

Ook de Koreaanse marine is uitgerust met de SMART-L. En Italiaanse, Britse en Franse marineschepen zijn uitgerust met de BAE

Systems S1850 radarsystemen, die grotendeels zijn gebaseerd op de SMART-L.

 

Menno Steketee