column

 

 

 

Michael Persson
is wetenschapsjournalist
bij de Volkskrant

‘Coding’ en de analoge wereld

Neelie Kroes was gedecideerd vorige week, tijdens een bijeenkomst in Amsterdam. ‘Zonder coding in je toolbox ben je gemankeerd om de levensreis aan te vangen’, vond ze, in het typerende kromme Nederlands waarmee we de dingen graag een beetje groter maken. Wie niet leert programmeren, is een invalide.

Neelie, tegenwoordig het bejaarde gezicht van de startup-scene in Nederland, tekende die donderdag in filmmuseum EYE een heus manifest om kinderen aan het programmeren te krijgen. Acht bedrijven tekenden mee, en beloofden vanaf komend najaar een paar honderdduizend basisschoolleerlingen te helpen leren hoe een computer werkt. Het initiatief moet de opmaat vormen tot verplichte programmeerlessen in het curriculum, iets waar staatssecretaris Sander Dekker van onderwijs ook naartoe wil, met zijn plan Onderwijs2032. Maar dat duurt Neelie te lang. ‘2032? Dan ben ik al dood en begraven!’

Het is lovenswaardig dat er in Nederland pogingen worden gedaan om digitaal analfabetisme te voorkomen. Dit gaat veel verder dan de iPad-scholen van Maurice de Hond, die kinderen toch vooral tot stompzinnige swipers opleiden. Met programmeerles krijgen kinderen een kijkje áchter de schermen, in plaats van erop.

Het ‘historische’ manifest ging gepaard met grote woorden: zonder programmeeronderwijs zou er een gespleten samen­leving ontstaan, en zouden we niet weten hoe de wereld werkt.

Dat het vaak puur eigenbelang is van de bedrijven werd niet ontkend. ‘De nood is echt hoog’, zei een Nederlandse Oracle-topman, en wees op de 900.000 vacatures die in 2020 in Europa niet kunnen worden ingevuld bij gebrek aan goed opgeleide werkzoekenden. ‘Dat is de belangrijkste reden om aan dit soort initiatieven deel te nemen.’

Dus ja: programmeren is interessant, en misschien krijg je er later een baan mee.

Maar tegelijkertijd is het geloof in coding als middel tegen alle kwalen wel erg eendimensionaal. ‘Een cv-ketel is een computer met een waakvlam’, zei een van de sprekers. Nee: dat ding is toch echt nog steeds een cv-ketel. Je kunt nog zo goed programmeren, maar als je niet weet hoe een verwarming werkt, kun je er niets mee. Ja, auto’s zijn steeds meer computers op wielen, maar om die goed te programmeren moet je nog steeds weten hoe een motor werkt.

Heel basaal: om goed te kunnen programmeren moet je vooral goed kunnen rekenen.

Het geloof in digitale technologie is een onderschatting van alle analoge mechanismen waar de samenleving echt op draait. Ja, het is leuk als je een if-then-loopje begrijpt, maar de wereld is complexer dan dat. ‘Coding’ (want zo noemen beleidsmakers het graag) heeft de magische klank van een tovertaal: als je een paar spreuken beheerst kun je de wereld aan. ‘Coding is leuk!’, juichen de jongens uit Silicon Valley allemaal in een promotiefilmpje van Google. Dat het saai, moeilijk en frustrerend kan zijn, zeggen ze er niet bij. Begin met het gewoon ‘programmeren’ te noemen. En leg kinderen vooral uit waar de rest van het leven uit bestaat.

UIT DE MEDIA

‘De kans dat een van mijn medewerkers geïnfecteerd raakt schat ik op eens in de miljoen jaar. Vervolgens moet het virus ook nog overgaan op anderen in het publiek en de kans krijgen om zich efficiënt te verspreiden. Mijn berekeningen suggereren dat dit eens in de 33 miljard jaar voorkomt.’

Griepvirus-onderzoeker Ron Fouchier duidt het risico van zijn onderzoek. (C2W Life Sciences, 22 mei)

‘Aangezien de aarde pas vijf miljard jaar bestaat, kun je dat risico aanduiden als verwaarloosbaar klein.’

Opnieuw Fouchier in C2W Life Sciences.

‘Een fragiele, bescheiden man, een van de grootste wiskundige genieën van de twintigste eeuw, en dat ondanks grote interne worstelingen.’

Robbert Dijkgraaf over de over­leden wiskundige John Nash, die baanbrekend werk in de speltheorie verrichte. (NRC Next, 26 mei)