ANALYSE

Lessen trekken uit ‘Fukushima’ gaat tergend langzaam

De kerncentrale Fukushima stelt alle betrokkenen voor een raadsel. Instrumenten en onderdelen hebben waarschijnlijk niet gedaan wat ze moesten doen.

We willen het natuurlijk niet en we wensen het niemand toe. Maar als er een ongeluk gebeurt kunnen we daarvan gebruik maken om er lessen uit te trekken. Dat was ook het geval bij het ongeluk in 1986 bij Tsjernobyl in Oekraïne. Bij Tsjernobyl was het ongeluk een goede gelegenheid om de modellen voor de verspreiding van radioactieve stoffen in de atmosfeer te toetsen. Het patroon van de neerslag van bijvoorbeeld cesium en jodium was grilliger dan volgde uit de rekenmodellen en zo konden die modellen verbeterd worden.

Tsjernobyl was een RMBK-reactor die gebruik maakt van grafiet. Moderne westerse reactoren gebruiken dat niet en daarom kon men niet veel lessen trekken over het ontwerp. Wat dat betreft is Fukushima beter bruikbaar. Op 11 maart 2011 verongelukte de kerncentrale Fukushima Dai-ichi. De kern van drie van de vier eenheden is gesmolten. Het opruimen zal volgens de exploitant Tokio Electric Power Company (TEPCO) nog zeker dertig jaar duren.

Intussen studeert TEPCO op het verloop van het ongeluk. Hebben de reactoronderdelen gedaan wat ze moesten doen? Een kerncentrale is een gecompliceerde machine waarvan onderdelen zo goed mogelijk getest zijn op betrouwbaarheid. De optelsom van die tests wordt vervolgens gebruikt in rekenmodellen met als conclusie dat de reactor voldoet aan de veiligheidseisen. Om die rekenmodellen te toetsen zouden echter een paar kerncentrales in vol bedrijf tot ontploffing gebracht moeten worden. Dat willen we niet, maar wat kunnen we ervan leren als het toch gebeurt?

TEPCO heeft in 2011 een lijst met 52 belangrijke onderzoeksvragen opgesteld. Daarvan is nu een aantal beantwoord. Waar ging het reactorvat van eenheid 1 kapot? Dat is onderzocht door kort na het ongeluk data over waterdruk en temperatuur te analyseren. De voorlopige conclusie is dat het reactorvat in strijd met de verwachtingen bovenin veel warmer is geweest dan onderin. Systemen om koud water in de reactor te pompen zaten dus niet op de goede plaats.

Op 20 maart 2011 werd een verhoogde dosis radioactiviteit gemeten in Tokio. TEPCO stelt nu dat er toen geen extra radioactiviteit is vrijgekomen, maar dat de oorzaak waarschijnlijk een veranderde windrichting was, waardoor op meet­punten een onverwacht hoge dosis werd gemeten.

Bij verhoogde druk in het reactorvat moet een ronde klep openbarsten om stoom af te blazen naar de omgeving. Ter plekke is onderzocht wat er resteerde van die klep bij eenheid 2, want daar zou het niveau van radioactieve besmetting hoger moeten zijn dan elders in het reactorvat. Maar er zijn geen verhoogde niveaus aangetroffen en de klep heeft daarom waarschijnlijk niet gefunctioneerd, stelt TEPCO.

De studie naar het raadsel wordt voort­gezet.

 

Herman Damveld

UIT DE MEDIA

‘In de praktijk blijken auto’s op de weg vaak gemiddeld 15 tot 20% minder zuinig dan er uit de officiële meting komt. Bij hybride auto’s loopt dit op van 30 tot 50%. Verschillen worden veroorzaakt door het gebruik van een sterk verouderd testprogramma en trucs van de fabrikanten.’

Uit de Ecotest van de ADAC (de Duitse ANWB) komen hybride auto’s slecht naar voren. (website van de Consumentenbond, 26 mei)

‘Zo wordt de testauto zo licht mogelijk gemaakt, worden naden afgeplakt, gebruikt de tester speciale en niet vrij verkrijgbare motorolie, testen de fabrikanten met een hogere bandenspanning en koppelen ze alles los wat weerstand biedt, bijvoorbeeld de dynamo en buitenspiegels.’

De Consumentenbond licht ook enkele van die ‘trucs’ toe.