E-health in pioniersfase
Te veel data werkt niet

Medische technologie  ‘Er zijn al veel toepassingen van e-health, maar die zijn nog verre van het specifieke niveau van medicijnen. Het is alsof we zeggen: dit lijkt aardig te werken tegen keelpijn, dus voor een maagzweer zal het ook wel goed zijn.’ Met die woorden zette de Finse hoogleraar Harri Oinas-Kukkonen de missie voor zijn vakgebied neer tijdens het congres Supporting Health by Technology vorige week vrijdag in Enschede.

Digitale hulpmiddelen in de gezondheidszorg zitten nog in de pioniersfase, aldus Oinas-Kukkonen, die onderzoek gedaan heeft naar de effectiviteit van e-health applicaties. Een van zijn vondsten is dat die meer moeten sturen op gewenst gedrag. Alleen het presenteren van data en de gebruiker zelf laten bepalen welke actie hij onderneemt, werkt niet. ‘Persuasive technology’, zoals de vakterm luidt, geeft gebruikers een zetje in de juiste richting.

‘E-health is vaak contentgedreven en daardoor niet effectief’, stelde de Twentse onderzoekster Nienke Beerlage-De Jong. Zij ontwikkelde een vragenlijst om de effectiviteit van apps in te meten. De eerste proef leverde zeer gespreide resultaten op. Conclusie: er zal nog veel werk verzet moeten worden voor het überhaupt mogelijk wordt de effectiviteit van een app vast te stellen.

Twee cases, lampen voor lichttherapie tegen burn-out en een game tegen cannabisverslaving, onderstreepten hoe lastig het nog is om e-health applicaties voor speciale doelgroepen te ontwikkelen. De voorkeuren van patiënten lopen zeer uiteen. Dit kan ondervangen worden door toepassingen te personaliseren, maar ook daarvoor had Oinas-Kukkonen een waarschuwing: ‘Daar wordt veel onderzoek naar gedaan, maar in werkelijkheid wordt het nog zo weinig gebruikt dat we niet echt weten hoe het toe te passen.’

 

Christian Jongeneel